"Onze leden zijn goede mensen"
Karel Sappenberghs en Gaston Van de Velde, of zeg maar de Charel en de Stonne, hebben al een en ander meegemaakt in de tafeltenniswereld. Samengeteld spelen ze al meer dan een eeuw tafeltennis. Speciaal voor dit clubblad laten deze twee heren van stand in hun kaarten kijken.
interview door Bert Provoost
Heren, jullie pingpongden al toen mijn ouders nog niet geboren waren. Zijn jullie eigenlijk nog zenuwachtig voor een match?
Stonne: Ik ken geen zenuwen meer. Ik heb mijn hoogtepunt bereikt en ik durf mij niet meer helemaal geven tijdens een match. Vroeger sprong ik achter elke bal, maar tegenwoordig houdt ik mij al wat rapper in. Het is helemaal niet zeker dat mijn tegenspeler op mijn ouderdom nog kan wat ik nu kan. Ik speel voor het plezier en het vechten is gedaan. Met de Zomerbeker heb ik wel nog tegen een paar heel goei kunnen winnen. Die verschoten wel.
KS: Dan moogt ge toch ni klagen he Stonne. Ik ben wel nog iedere match zenuwachtig. Als ik een officiële match speel wil ik nog even hard winnen als vroeger. Die adrenaline heb ik nog altijd.
Zijn jullie altijd met sport bezig geweest?
KS: Ik heb lang getennist, ik was 23 jaar wielertoerist en ik heb ook altijd veel gewandeld.
Stonne: Ik heb veel gelopen. Vroeger heb ik acht keer de 20 km van Brussel meegedaan. En ik was altijd bij de eersten. Maar ik heb ook atletiek gedaan en heb zelfs gevoetbald.
Stonne, iedereen kent je als een enorme vechter achter tafel, maar begin dit jaar zat je even heel diep.
Stonne: Ik werd geopereerd voor een simpele liesbreuk, maar een paar dagen na die operatie heb ik bloedklonters gekregen met een levensgevaarljike longembolie tot gevolg. Ik ben fysiek niet veel meer waard na mijn operatie. Ik heb het een en ander voor mijn ogen zien voorbijflitsen.
KS: Ge zag er ni goe uit toen.
Stonne: Toen gij mij kwam bezoeken, ben ik een gat in de lucht gesprongen. Gij weet ook wat zoiets betekent he Charel
KS: Zeker. In ’75 heb ik een gezwel aan m’n longen gehad. Voor het zelfde geld had ik hier niet meer geweest. Tijdens de operatie heb ik mijn moeder meegenomen, want ik dacht dat ik het niet ging overleven. Ik ben er bovenop geraakt en vier maanden na mijn operatie ben ik kampioen van Lier gewonnen. Al heb ik nadien wel een week moeten rusten.
Stonne: Ik ben mijn fysiek nu volledig kwijt. Uithouding is niks meer. Ik kan niet meer gaan lopen, ik durf het gewoon niet meer. Pingpongen mag ik nog doen, maar dat is helemaal niet meer hetzelfde als voor die longembolie. Al bij al mag ik niet klagen, want ik had nooit gedacht dat ik nog terug zou kunnen pingpongen. Al is het dan niet meer zo vet.
Hoe ben je er dan doorgeraakt?
Stonne: Ik heb heel veel steun gehad aan mijn vrouw en kinderen. Ze hebben mij er echt doorgesleurd. Zonder hen had ik het nooit overleefd. Al was het geluk niet aan m’n zijde. Ik kan daar echt boeken over schrijven. Op de 13e januari kreeg ik de aanval, in de nacht toen Clijsters en Hénin de finale van Roland Garros speelden. In de kliniek kreeg ik dan kamer 213. Als ik ’s morgens wakker werd was het bijna altijd een uur met 13 in. Ik ging voor de eerste keer terug winkelen en ik kreeg nummer dertien aan de vleestoog. Dat is dus serieus he, ik werd daar zot van. Ik ben dan voor de eerste keer terug gaan pingpongen op de 13e mei.
Heb je dan echt gevreesd dat het gedaan was?
Stonne: Ik denk dat ge dat eerst eens moet meegemaakt hebben vooraleer ge beseft wat dat is als ge uw leven ziet voorbijflitsen. Ik kan u verzekeren dat ik het soms niet meer zag zitten.
Is de sport veranderd in de laatste halve eeuw?
KS: Vroeger bestonden al die individuele trainingen niet. Dan spraken wij zelf altijd af om te trainen. Nu komen veel jeugdspelers niet als er niks georganiseerd is. Al ben ik natuurlijk niet tegen de jeugdtrainingen. Maar vroeger was trainen veel spontaner en die charmes zijn nu vervangen door een meer professionele ingesteldheid.
Stonne: Ik ben die nieuwe ballen nog altijd niet gewoon en sets tot 21 vond ik ook veel plezanter. Het is meer psychologisch nu.
KS: Vroeger won ik ook matchen door uithoudingsvermogen. Nu met die rappe paletten en die nieuwe techniek is het allemaal sneller gedaan. De punten vliegen voorbij. Ik ben nu minder moe, maar zenuwachtiger en gestresseerder.
Wie heeft volgens jullie de knapste spelstijl van de club?
KS: Wim Bats heeft in mijn ogen altijd het meeste talent gehad. Hij speelt zo soepel en gemakkelijk. Werner is er eerder gekomen door heel hard te werken, maar het is toch ook knap wat hij bereikt heeft.
Stonne: Bij mij is de knapste speler Pieter Van Schil. Die plaatst de ballen heel goed en hard. Mijn matchen tegen zijn broer Tom herinner ik me ook nog levendig. Hij heeft het lang lastig tegen mij gehad. Dien ouwe kon toch nog iets. (lacht) Alé maar ik moet den Tom echt bewonderen dat hij er zoveel voor gedaan heeft en doet. Die moet er veel voor over hebben om zover te geraken als hij nu staat. Hopelijk houdt hij het vol.
KS: Hij heeft geweldig getraind he. Hij is een voorbeeld voor de rest van de jeugdspelers. Spijtig dat hij is moeten weggaan…
Charel, je bent voorzitter en penningmeester van TTK Berlaar. Je werkt veel uren per week voor de club. Word je dat nooit eens beu?
KS: Als ik ergens bij ben, wil ik mij daar honderd procent voor geven. Dat heeft niets met karakter te maken. Ik heb hier gewoon veel vrienden en vriendinnen en ik kom hier graag.
Stonne: De leden bewonderen u Charel. Al die uren tijd dat ge daar insteekt…
KS: De leden moeten mij niet bewonderen. Als ik dit niet had gedaan had ik mij wel voor iets anders ingezet. Werner is heel belangrijk geweest. Zonder hem hadden we het lokaal hier niet kunnen zetten en hadden we hier vandaag niet gezeten. Maar er is nog een reden waarom ik hier zo graag kom. Ik heb vroeger hard afgezien toen mijn moeder is gestorven. Er hebben mij toen een paar mensen in de steek gelaten waar ik het niet van verwacht had, maar van mijn vrienden op de pingpong heb ik wel heel veel steun gekregen. Toen heb ik voor mezelf beslist: voor dieje pingpong wil ik nog heel wat jaren hard werken. Ik zit nu even graag in het lokaal dan thuis.
Is het lokaal echt een tweede thuis voor jou?
KS: We hebben hier een heel mooi lokaal. Het is hier geen klein, duf cafeetje, het is hier een plaats waar ik ruimte heb en dat is belangrijk voor mij. Hier is ook al zoveel gebeurd in al die jaren. Het is fantastisch dat we dat in Berlaar hebben kunnen opbouwen.
Ziet de toekomst er goed uit voor TTK Berlaar?
KS: Ik vind dat de leden allemaal heel goeie mensen zijn.
Stonne: Er is hier echt nog kameraadschap.
KS: Ik heb met zoveel mensen een vriendschapsband, dat zal niet in elke club zo zijn denk ik. Zolang iedereen van jong tot oud zich als een vriendengroep blijft inzetten voor de club, ziet de toekomst er heel goed uit.
Nog een laatste vraag voor u Charel. Veel leden vragen zich af of je nog ooit zo’n groot feest voor alle leden gaat geven als bij uw 65e verjaardag in 2002.
KS: Iedereen die erbij was spreekt mij er nog over aan. Ik hoop dat de mensen dat nooit gaan vergeten. Voor mij was het in ieder geval onvergetelijk. Ik wil dat al de leden zich goed voelen en daarom heb ik dat feest gedaan. Maar elke vijf jaar, dat zie ik dat nu ook niet zitten. Misschien als ik 75 jaar word, we zullen zien… (kijkt geheimzinnig)
De champagne wordt ontkurkt. Heren, ik wens jullie nog veel heroïsche overwinningen toe! Schol!
Stonne: Dat we nog veel jaren mogen blijven winnen en ons amuseren.
KS: Dat gaan we proberen.
| Karel Sappenberghs | Gaston Vandevelde |
|
Geboren : 9 februari 1937 Vroeger : Hoofboekhouder Ping Ponger sinds : 1955 Lid Van TTK Berlaar sinds : 1978 Huidig Klassement : D2 Hoogste klassement ooit : B6 Glansprestatie: In mijn eerste jaar in het Belgisch verbond klopte ik als NG- speler een B-speler |
Geboren :2 augustus 1938 Vroeger :Bouwvakker Pingponger sinds :1952 Lid van TTK Berlaar sinds :1994 Huidig klassement : D6 Hoogste klassement ooit : D2 Glansprestatie: Mitje Van Deuren,de vrouw van Walter Crauwels,was een prachtige madam. Ze supporterde altijd voor mij en ik heb de D-reeks van de Schaal Van Antwerpen(Schaal Mitje Van Deuren)gewonnen,als eerbetoon aan haar. Alles lukte die dag. Ik moest dat tornooi winnen voor haar. |
Bert Povoost